Op de leestafel (december 2025)

C. P. Briët, Een plooibaar Nederlands bestuurder (Uitgeverij Verloren, 2025). ISBN 9789464551808.

Carl Gerard Hultman werd op 10 juli 1752 geboren als zoon van de advocaat-fiscaal van de financiën van het Graafschap Zutphen Jan Andries Hultman en de Zutphense patriciërsdochter Anna Helena Schomaker. Hij werd president van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië en gold als een begaafd staatsman. Dit boek vertelt over zijn leven en dat van zijn kinderen, waaronder zijn buitenechtelijke zoon Carl met huishoudster/concubine Johanna Vreeswijk. Ook het familiewapen en Carls poging tot adelsverheffing komen aan bod. Het boek sluit af met een slotbeschouwing en genealogische fragmenten over Carl Gerard, Johanna Vreeswijk en haar echtgenoot.


Piet van Cruyningen, Farming the North Sea Coast, 900-2000. Managing Water, Reclaiming the Land (Boydell & Brewer Ltd). ISBN: 9781837652624.

Dit Engelstalige boek biedt een synthese van meer dan duizend jaar boeren en watermanagement langs de Noordzeekust en de krachten die de ontwikkeling van het boerenbedrijf beïnvloedden. De twee belangrijkste randvoorwaarden in de besluitvorming van boeren worden onder de loep genomen: hun natuurlijke omgeving en hun menselijke omgeving, bestaande uit institutionele regels en gewoonten. Het wordt duidelijk hoe tegenslagen overwonnen werden, gebruiken in het boerenbedrijf verbeterd, en hoe die verbeteringen financiële winst opleverden waarmee het watermanagement in de vorm van onderhoud van dijken, kanalen en sluizen versterkt kon worden.

Piet van Cruyningen nam in december 2024 afscheid als senior onderzoeker in de onderzoeksgroep ‘Economic and Environmental History’ van Wageningen University & Research. Daarnaast is hij bestuurslid van Vereniging Gelre.


Piet van Cruyningen, ‘The transformation of aristocratic landownership in the eastern Netherlands, c. 1750-1850’, Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis Vol. 22 Nr. 1 (2025) p. 35-62.

Open access: https://doi.org/10.52024/nd6cw532

Een Engelstalig artikel over de ontwikkeling van de Gelderse en Overijsselse adel tussen 1750 en 1850 en hun invloed op het landschap. De focus ligt op de economische consequenties van de Bataafse Revolutie van 1795 op de adel op de zandgronden: Salland en Twente in Overijssel, en de Veluwe en het kwartier van Zutphen in Gelderland.


Marco Schelling, Eeuwenoud Zennewijnen (Schrijverij Mooi Mens, 2025). ISBN: 978-94-90352-58-5.

Zennewijnen bestaat al eeuwen. Decennialang verzameldeMarco Schelling flinters over de historie van dit buurtschap aan de Waal bij Tiel.

De uitstervende herinneringen aan het voornamelijk agrarische leven, de stedelijke expansiedrift van de gemeente Tiel en een flinke dosis nostalgie waren voor de schrijver aanleiding om veel archiefvondsten en de collectieve herinneringen van de bewoners van Zennewijnen op papier te zetten, niet alleen in woorden, maar ook met veel beelden: honderd jaar aan foto’s zijn erin opgenomen. Het boek beschrijft, aan de hand van alle woningen die er ooit stonden, het leven van de Zendese inwoners. Het is een massieve uitgave geworden over de vijf straten die het buurtschap telt: 400 pagina’s waren er nodig om de historie te kunnen vangen.

Marco Schelling (1972) is werkzaam als Informatie en Procesmanager bij een gemeente. Met dit boek wil hij de oude ziel en bijna vervlogen identiteit van Zennewijnen bewaren voor de generaties die na ons komen.

Voor informatie en bestellingen: Marco Schelling,


Elizabeth den Hartog, Anno Domini. Nederlandse bouwinscripties van de 10de eeuw tot circa 1600 (Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2025). ISBN 9789464551549. Bouwinscripties en -opschriften zijn in steen gebeitelde, in hout gekerfde of op wanden en gewelven geschilderde teksten, jaartallen en of emblemen met een officieel karakter. De variatie ervan op middeleeuwse en vroegmoderne Nederlandse gebouwen is ronduit verbluffend; er zijn op- en inschriften, kort of lang, in het Latijn of de volkstaal, met en zonder afbeeldingen, met jaartallen in Romeinse of Arabische cijfers of weergegeven als chronogrammen.

Sommige gedenkstenen zijn rijk versierd, andere bestaan enkel uit tekst, weer andere uit een jaartal en meer niet. Daarnaast brachten bouwlieden inscripties aan op balken, in torens en andere minder in het oog springende plaatsen om zich aldus blijvend met het werk te  verbinden. Soms neemt een gebeurtenis de plaats in van een jaartal. Aldus groeiden gebouwen uit tot een stenen geheugen van de gemeenschap, wat een reden kon zijn om bouwinscripties moedwillig te vernielen om aldus een nieuwe ‘status quo’ aan te duiden. Over deze bouwinscripties, over hun betekenis voor heden, verleden en toekomst gaat dit boek. Wat is de betekenis van jaartallen op gebouwen, hoe profileerden verschillende opdrachtgevers zich in de openbare ruimte en thuis, en welke rol was er weggelegd voor de bouwlieden? En tot wie richtten de bouwinscripties zich eigenlijk?

Van de Nederlandse bouwinscripties die in dit boek bijeengebracht worden, bevindt een deel zich in Gelderland, zoals de tiende-eeuwse inscriptie in de kerk van Elst, die op de gevel van Turfmarkt 4 te Zutphen, en de oude Nijmeegse Barbarossa inscriptie.


Cécile de Morrée (red.), Het Ministerie van Middeleeuwse Zaken. Inspirerende oplossingen voor de grote vraagstukken van nu (Walburg Pers, Zutphen, 2025). ISBN 9789464566390.

De huidige maatschappij staat voor ongekende uitdagingen, zoals het voorkomen van verdere uitputting van de planeet, het omgaan met natuurextremen, en het waarborgen van duurzaam bestuur, goed onderwijs en sociale veiligheid. Onze manieren om deze problemen te begrijpen en aan te pakken blijken niet altijd effectief. Een andere visie is nodig om verandering te bewerkstelligen.

Het Ministerie van Middeleeuwse Zaken onderzoekt aan de hand van toegankelijke essays hoe middeleeuwse inzichten ons kunnen helpen bij het vormgeven van een veerkrachtige en duurzame samenleving.

Dit boek laat met duidelijke voorbeelden zien hoe onze vroegere samenleving omging met deze vraagstukken, die ook toen urgent waren. Bovendien gaat het actief op zoek naar wegen uit actuele crises, door alternatieve – middeleeuwse – visies uit te testen, ter voorbereiding op de uitdagingen van de toekomst.

Met bijdragen van: Bram Caers, László Sándor Chardonnens, Lisa Demets, Thijs Kersten, Nathan van Kleij, Cécile de Morrée, Johan Oosterman, Jonas Roelens, Lieke Smits, Tim Soens, Martine Veldhuizen, Rozanne Versendaal, Claire Weeda en Justyna Wubs-Mrozewicz.


Wilke D. Schram, Schipbruggen 1600-1952. Tussen veerponten en vaste bruggen (Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2025). ISBN 9789464551730.

Schipbruggen waren bruggen, niet ondersteund door pijlers of palen maar door schepen. Deze waren eeuwenlang een onmisbare schakel voor reizigers en kooplieden. Schipbruggen maakten het mogelijk snel de grote rivieren over te steken en namen de plaats in van de traditionele veren. Als voorlopers van de huidige vaste oeververbindingen bleven sommige schipbruggen zelfs tot na de Tweede Wereldoorlog in gebruik. Tussen 1600 en 1989 kende Nederland in totaal elf schipbruggen, vooral over de IJssel, de Neder-Rijn en Lek, de Maas en de Waal. Dit boek laat zien hoe deze bijzondere constructies functioneerden en welke rol zij speelden in het dagelijks leven en in de ontwikkeling van steden en regio’s. De auteur beschrijft hoe elke stad, vaak in felle concurrentie met haar buren, een eigen schipbrug bouwde en exploiteerde.

Geen brug was hetzelfde, al waren de omstandigheden vaak vergelijkbaar. Ook de technische uitdagingen komen aan bod: storm en kruiend ijs, scheepvaart die werd geblokkeerd en de voortdurende strijd met hoog en laag water. Inventieve oplossingen, zoals het gebruik van de zogenoemde ‘kakefeiten’, tonen hoe vindingrijk men al rond 1700 was.

Wilke D. Schram(Zutphen, 1950) is historisch onderzoeker en werkte voor het Interkerkelijk Vredesberaad in ‘s-Gravenhage en aan de universiteiten van Groningen en Utrecht. Hij bestudeerde en publiceerde over civiele verdediging, kernwapenopslagplaatsen en Romeinse aquaducten. Recent publiceerde hij onder andere in de tijdschriften ZutphenOER en Binnenvaart en in het Jaarboek Achterhoek en Liemers


Paul Thissen, Paul Klinkenberg, Peter Pouwels, Teun Theunissen, De betovering van de Sint Jansberg Natuur, geschiedenis en verborgen verhalen in één bijzonder boek (Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2025). ISBN 9789464551891.

De Sint Jansberg, op de grens van Limburg en Gelderland, wordt door natuurkenners beschouwd als een van de mooiste natuurgebieden van Nederland. Misschien ken je het van een wandeling over het Pieterpad, dat dwars door het glooiende landschap voert, of van een van de vele andere wandelpaden in dit gebied.

Achter die bossen, beekjes en heuvels schuilt een rijke geschiedenis – van Romeinse sporen en adellijke landgoederen tot oorlogsverhalen en natuurbescherming. De auteurs Paul Thissen, Paul Klinkenberg, Peter Pouwels en Teun Theunissen zijn allen nauw betrokken bij het landschap en de geschiedenis van de regio. Zij brengen in dit rijk geïllustreerde boek decennia aan kennis, onderzoek en liefde voor de Jansberg bijeen.


Ad van der Zee, Floris van Egmond (1469-1539). Veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoorgdessen (Walburg Pers, Zutphen, 2025). ISBN 9789464566536.

Floris van Egmond (1469-1539) was overal bij. Hij reisde met hertog Filips de Schone mee naar Spanje, hij achtervolgde Grote Pier in Friesland, bestreed hertog Karel van Gelre, joeg Maarten van Rossem op na diens plundering van Den Haag en bevocht de Franse koning Frans I op de slagvelden in Artois. Hij werd in 1469 geboren in een middeleeuws graafschap en overleed in 1539 in het hart van een wereldrijk, op zijn eigen kasteel in Buren. Deze verhalende biografie toont de woelige wereld van een ijzervreter pur sang, voor honderd procent loyaal aan zijn heer, die overigens meestal een vrouwe was.


De Boekenwereld. Blad voor bijzondere collecties Vol. 41 Nr. 3 (Amsterdam University Press & Radboud Universiteit, 2025).

Al 37 jaar houdt De Boekenwereld zijn lezers op de hoogte van alles wat met boek en prent te maken heeft. Sinds 2012 staan de bijzondere collecties van verschillende bibliotheken centraal evenals die van de prentenkabinetten. De nadruk ligt van oudsher op nieuw boek-historisch onderzoek. Verder komen aan de orde:

de geschiedenis van antiquariaten, boekwinkels en veilinghuizen op het gebied van boek en prent; de geschiedenis van uitgeverijen; beschouwingen over boeken, prenten of documentaire fotografie. Vol. 41 Nr. 3 is een co-productie met de Radboud Universiteit Nijmegen. Er zijn dan ook verscheidene artikelen te vinden over Bijzondere Collecties van de universiteit, maar ook over andere Gelderse locaties:

Chris Dols, Hilde van Wanroij, Johan Oosterman, m.m.v. Evi Mijnster, ‘Orde in overvloed’, p. 2-3.


Sophie Reinders, ‘Het verzamelen van citaten, het boekstaven van vriendschap. Het album amicorum als reisgezel, geheugen en visitekaartje’, p. 16-21.

Sophie Reinders licht in deze bijdrage toe waarom het gebruik van vriendenboeken juist in de zestiende en zeventiende eeuw een rage was, mede op basis van alba die afkomstig zijn uit het oosten van het huidige Nederland. Zo komt onder andere de vriendenboeken van de Gelderse edellieden Johan van Sallandt en Johan van Lynden aan bod.


Suzan Folkerts, ‘ “Plat op de Planck”. Catalogi van de bibliotheek van de Gelderse Academie’, p. 22-23.

De Gelderse Academie in Harderwijk werd gesticht in 1648 als voortzetting van het Veluws Gymnasium aldaar. Na haar opheffing in 1811 werd in 1820 het merendeel van de boeken overgedragen aan de Atheneumbibliotheek in Deventer. De rest verhuisde naar Arnhem. Uit de Gelderse Academiebibliotheek zijn veel boekenlijsten overgeleverd die helpen om het boekenbezit van academische instellingen door de eeuwen heen te reconstrueren.


Rindert Jagersma, ‘Orde in ordening. De methode van John Locke om aantekeningen te maken en terug te vinden (1685)’, p. 24-27.

In de vroegmoderne tijd waren aantekeningenboeken een essentieel hulpmiddel voor geleerden en andere lezers om kennis te ordenen en bewaren. Maar hoe vond men binnen de groeiende verzamelingen notities de juiste informatie terug? De Engelse verlichtingsfilosoof John Locke ontwikkelde in de zeventiende eeuw een methode om dit probleem aan te pakken. Zijn benadering werd al snel populair onder achttiende-eeuwse lezers. Ook de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen beschikt over de tekst waarin hij zijn methode noteerde.


Helwi Blom, ‘De vroegmoderne veilingcatalogus als naslagwerk. Bibliotheca Colbertina (1728) en provenance-onderzoek in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen’, p. 28-29.

Gedrukte veilingcatalogi van particuliere bibliotheken bieden een unieke inkijk in de praktijken van verzamelaars en boekverkopers uit vervlogen tijden. De Universiteitsbibliotheek Nijmegen bezit een aantal van dit soort catalogi. Het merendeel daarvan is in Nederland gedrukt, maar er is ook een exemplaar bij van de in 1750 in Parijs verschenen catalogus van de bibliotheek van Madame de Pompadour (1721-1764), de maïtrasse van koning Lodewij XV van Frankrijk.


Hilde van Wanroij, Chris Dols, ‘Collectie Stuyt in kaart. Kaartcatalogi van de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek’, p. 44-46.

Fysieke kaartcatalogi, getypt of met de hand geschreven, waren voor het digitale tijdperk de richtingwijzers in omvangrijke bibliotheken die te groot waren om er nog makkelijk de weg in te kunnen vinden. Centraal in dit artikel staat de kaartencatalogus die hoort bij de Collectie Stuyt, de verzameling van de Arnhemse chirurg J.C.L.M. Stuyt (1891-1956). De collectie die hij in de loop van de jaren opbouwde, mag gerust divers heten.


Sylvia van Zanen, ‘Een betere schat dan zilver en goud. De Librije in Zutphen’, p. 74-77.

Rond 1550 formuleerde Conrad Slindewater, kerkmeester van de Sint-Walburgiskerk te Zutphen, puntsgewijs zijn visie op een nieuw te stichten librije, een voor vrome en geleerde lieden openbaar toegankelijke stadsbibliotheek waar voor elk wat wils te lezen zou moeten zijn. Slindewaters geesteskind is tot op de dag van vandaag te bezoeken. Sinds deze zomer is het voor onze nationale bibliografie relevante deel van de collectie opgenomen in de Short-Title Catalogue Netherlands (STCN).