Met het nieuwe jaar in het vooruitzicht blikken we aan de hand van een aantal foto’s terug op de activiteiten die we als vereniging Gelre dit jaar ondernamen.

In januari trapten we met zo’n zestig leden het jaar af met de presentatie van het jaarboek Bijdragen en Mededelingen Gelre 2024. In het Huis der Provincie bood Dolly Verhoeven het jaarboek aan waarnemend commissaris van de Koning Henri Lenferink aan.

Evelien Rombouts vertelde over haar onderzoek naar de invulling en het gebruik van het begrip noaberschap vanaf de 19e eeuw tot nu. Naast een mooi overzicht zette haar verhaal aan tot nadenken over de buren die hier tegenwoordig nog wél door geraakt worden, en degenen die – wellicht ongemerkt – toch buiten de boot vallen.

Roos in’t Velt nam ons mee op haar speurtocht naar de verdwijning van kasteel Puttenstein bij Wezep en zijn roofzuchtige (?) eigenaar Herbern van Putten (gestorven vóór 8 maart 1377). Verrassend waren de vele en bijzondere sporen uit de tijd zelf die bewaard zijn: variërend van een twee meter lange klaagakte van het stadsbestuur van Elburg (c. 1361, archief van Elburg), een hele kleine akte van een paar regels met een franjerand door heel veel sneetjes in het perkament (archief van Kampen), en akelig veel blijdestenen (katapultkogels).
Beide bijdragen lieten goed lieten zien dat de geschiedenis van Gelre eigen kenmerken heeft en tegelijkertijd sterk verbonden is met die van de omliggende plaatsen en regio’s. Noaberschap is immers niet alleen een concept dat een lange geschiedenis heeft in de Achterhoek; afhankelijk van wie erover schreef werd het met die andere regio’s verbonden of er juist tegenaf gezet. En de geschiedenis van Herbern van Putten en zijn kasteel zijn nauw verbonden met die van het Sticht Utrecht, diens bisschop, en de stad Kampen.


Op woensdagavond 21 mei ging de Gelre-lezing in première: de ALV werd dit jaar niet gecombineerd met het jaarlijkse symposium, maar met een zogenoemde Gelre-lezing. Pieter Roelofs, hoofd schilder- en beeldhouwkunst bij het Rijksmuseum in Amsterdam onderbouwde zijn stelling “Rijksmuseum: Museum van Gelderland”. Mede dankzij de samenwerking met Numaga, historische vereniging voor Nijmegen en omstreken was het een goed bezochte avond, met ook veel geïnteresseerden die (nog) geen lid waren bij één van beide verenigingen. Naar aanleiding van de lezing mochten we twee nieuwe leden welkom heten.


Tijdens de ALV namen we afscheid van Yvonne Jakobs als bestuurslid (sinds 2015), die dit jaar haar twintigste (!) excursie organiseerde, en Dirk Lueb (bestuurslid sinds 2018), die sinds 2018 het secretariaat onder zijn hoede nam.


We verwelkomden Elyze Storms-Smeets (foto door Helena Storms) en Rudolf Bosch (foto door Marcel de Jong) als nieuwe bestuursleden.
Voor de excursie reisden we op 6 september af naar Streekmuseum Baron van Brakell op landgoed Den Eng bij Ommeren.



André van Ingen vertelde over bijzondere archeologische vondsten in de omgeving, met name bij Maurik. Ook leerde hij de luisteraars netverzwaringen van weefgewichten te onderscheiden. Op de bovenverdieping van het museum was een deel van de objecten terug te zien.

De rijke collectie historische wagens in het museum is erg de moeite waard. Het gebruik ervan kwam voor even weer tot leven dankzij de toelichting van de rondleider en de herinneringen van een enkele deelnemers.




Dankzij het zonnige weer werd extra genoten van de kleine wandeling naar het graf van de baron, de bijzondere bomen op het landgoed en een drankje op het terras.
Op 31 oktober kropen zo’n dertig leden in de collegebanken van de WUR (Wageningen University & Research) voor het symposium “Maakbare boeren en boerinnen? Landbouw en platteland in Gelderland tijdens de wederopbouwjaren”. Het symposium maakte duidelijk hoe vormend die jaren waren voor de huidige landbouwsector en verschafte daarmee cruciale context om te kunnen nadenken over de manier waarop voortgegaan kan worden. Niet alleen met betrekking tot het boerenbedrijf zelf, maar ook met het oog op het behoud van en de aanpassingen aan de bouwstijl van boerderijen.

Het overzicht van Piet van Cruyningen “Van koploper tot hoofdpijndossier: de lange-termijn gevolgen van de geslaagde modernisering van de Gelderse landbouw” bood minder ingelezen luisteraars tevens een goede basis voor de andere lezingen.


Sophie Elpers liet verschillende typen boerderijen de revue passeren en lichtte toe hoe economische en ideologisch emotionele belangen vaak tegenover elkaar kwamen te staan in de wederopbouw van Gelderse boerderijen. De lezingen van Jeanne van Poppel en Peter Veer maakten duidelijk welke invloed onderwijs en voorlichtingsfilms van de overheid hadden op de vormgeving van en het denken over allerlei aspecten van de voedselindustrie en het boerenbedrijf, inclusief het huishouden. Dagvoorzitter Anton Schuurman sloot de dag af met een oproep aan Gelres leden om de landbouwgeschiedenis van Gelderse regio’s verder uit te pluizen: er is nog veel op te spitten.
De nieuwsbriefredactie wenst u fijne feestdagen en een voorspoedig 2026!